Op 25 mei jl filosofeerde zorgbestuurder Ernest Müter en ik over het thema ‘Goede zorg’. Gespreksleidster hierbij was Sophie Bijloos.

Wat verstaan we onder goede zorg? En welke rol heeft genot in het bepalen wat goede zorg is?

Het gedachtegoed van de filosoof Albert Camus vormt hierbij de basis voor onze reflectie.

“We leven in corona tijden. Filosoof Albert Camus schrijft in 1947: “Niets is minder sensationeel dan een plaag. Alleen al door hun lange duur zijn grote rampen een­tonig.” Zijn oplossing op het menselijk ongeluk is het opgeven van hoop. Een (absurde) held is een persoon die weet dat hij de zin van het leven nooit zal kennen en toch kiest om te blijven leven. Als we loslaten dat het leven een doel heeft, kunnen we alledaagse dingen met plezier en intensiteit beleven. Als we door de ogen van Camus naar onze corona-aanpak kijken, is de vraag of het doel van het in leven houden van zoveel mogelijk mensen wel het hoogste doel moet zijn. Hoe kijken je als bestuurder en/of toezichthouder hiertegen aan? Bijvoorbeeld in de gehandicaptenzorg, waar genezing niet altijd mogelijk(/wenselijk) is? Of in een verzorgingshuis waar mensen komen aan het einde van hun leven? En hoe weegt levensduur tegenover levensgeluk op de intensive care? Wat als levensgeluk voor behandeling juist (wellicht gevoelsmatig) ontnomen wordt, zoals in een verslavingskliniek? Wie bepaalt voor cliënten/patiënten of levensuren zwaarder wegen dan levensgeluk? En hoe bepaal je dat?

Het filmpje van dit gesprek kunt u hieronder terugkijken.